Een kwart eeuw geleden vierde ik Pasen op grote afstand van Oegstgeest, op Rapa Nui, ook bekend als Paaseiland. Met het dorp liepen we op zondag over de onverharde hoofdstraat van Rapa Nui richting de Iglesia de la Santa Cruz.
Voorop reed de geestelijke die op een witte muilezel zat. Met palmtakken wuifden mensen langs de route. De dienst zelf was uitbundig met Polynesische elementen, met gitaarspel in plaats van een orgel. We zaten op houten banken. Maar vaker stonden we tijdens de ceremonie.
Daarna was er een lunch waarbij het hele dorp (dus ook die paar toeristen) werd uitgenodigd. Aan tafel deelden we meer dan brood en vruchten: we deelden verhalen. Zonder haast. Laat deze Paastijd een uitnodiging zijn: om een stoel bij te schuiven, om te verbinden waar afstand was.